Vitamine E (tocoferol) in cosmetica: waarom je het toevoegt

Vitamine E, op het etiket tocoferol, zit in heel veel cosmetica met oliën en vetten. De meeste mensen kennen het als iets dat goed is voor de huid. Dat klopt ook. Maar de meeste makers voegen het ergens anders voor toe: om hun oliën te beschermen. Hieronder lees je wat het in jouw receptuur doet, waar en wanneer je het toevoegt, hoeveel je nodig hebt en welke oliën er het meeste aan hebben.

Wat is vitamine E in cosmetica?

Vitamine E is een antioxidant. Dat is een stof die voorkomt dat andere stoffen reageren met zuurstof. Op de ingrediëntenlijst heet het tocoferol, en de officiële INCI-naam is Tocopherol.

Je koopt het niet als poeder of kristal, maar als een heldere, bruinrode en vrij stroperige olie. Tocoferol wordt meestal geleverd in een draagolie, bij ons zonnebloemolie. Dat maakt het makkelijker af te meten.

Onze vitamine E bestaat voor minimaal 70 procent uit gemengde tocoferolen, met daarnaast maximaal 30 procent zonnebloemolie. Tocoferol komt voor in vier varianten: alfa, beta, gamma en delta. Bij ons is gamma de grootste met 50 tot 70 procent, daarna delta met 10 tot 30 procent. Zo'n verdeling zie je bij tocoferol die uit planten gewonnen is.

Waarom voeg je vitamine E toe aan olie?

Je voegt vitamine E aan je olie toe om oxidatie tegen te gaan. Oxidatie is wat er gebeurt als vetten langzaam reageren met zuurstof uit de lucht. Je olie wordt er uiteindelijk ranzig van.

Dat je olie ranzig wordt, ruik je als eerste. Een olie die scherp of oud ruikt waar hij eerst neutraal of nootachtig rook, is aan het oxideren. Daarna zie je vaak ook de kleur veranderen.

Er zijn twee factoren die bepalen hoe snel die oxidatie gaat. Het eerste is waar je je olie bewaart: licht en warmte versnellen de reactie met zuurstof, dus een fles in de zon of naast de verwarming wordt sneller ranzig. Het tweede is de olie zelf. Hoe meer meervoudig onverzadigde vetzuren erin zitten, hoe gevoeliger hij is. Daarom is een rosehipolie veel eerder ranzig dan kokosolie, ook al bewaar je ze naast elkaar in dezelfde kast.

Een antioxidant grijpt daarop in. Tocoferol onderschept de reactie voordat die zich kan voortzetten, en zo blijft je olie langer goed. Daarom zit het in zoveel recepturen: het is een van de makkelijkste manieren om je olie langer goed te houden.

Waar voeg je vitamine E aan toe?

Overal waar olie, boter of was een groot deel van je formule is. Drie voorbeelden:

  • Gezichts-, lichaams- en haaroliën. De meest voor de hand liggende plek. Je product is hier bijna helemaal olie, dus er valt ook het meeste te beschermen.
  • Balsems, zalven en sticks. Alles op basis van oliën, boters en wassen, zonder water erin. De oliën en boters zijn hier het gevoelige deel, want dat zijn vetten en die reageren met zuurstof. Wassen zoals bijenwas en candelilla zijn anders opgebouwd en van zichzelf een stuk stabieler.
  • De oliefase van crèmes en lotions. In een emulsie trekt tocoferol naar het vet, want daar lost het in op. In het water lost het niet op, dus daar komt het ook niet terecht. Je beschermt met andere woorden precies het deel van je crème dat gevoelig is.

Maak je iets waar bijna geen olie of vet in zit, zoals een waterige toner of een heldere gel, dan heeft een antioxidant voor vetten weinig om te beschermen. Niets mis mee, het is gewoon een ander soort product. Let op: het wil niet zeggen dat je product dan niets nodig heeft. Zit er water in, dan heb je een conserveermiddel nodig, en dat is iets anders dan een antioxidant.

Wanneer voeg je het toe tijdens het maken?

Aan het eind, als je mengsel is afgekoeld. Tocoferol kan niet goed tegen warmte.

Smelt je boters en wassen, of verwarm je je oliën om alles mooi te mengen, laat je pan dan eerst afkoelen voordat de vitamine E erbij gaat. Doe je het eerder, dan gaat er onderweg werking verloren en betaal je voor bescherming die bij het afvullen niet meer helemaal in je pot zit.

Roer de Vitamine E goed door. Het is een stroperige olie, dus hij verdeelt zich niet vanzelf. Blijft er wat in een hoekje hangen, dan zit het wel in je batch maar misschien niet overal waar je het wilt hebben.

Hoeveel vitamine E voeg je toe?

Weinig. In de cosmetica wordt doorgaans 0,2 tot 1 procent van het totale gewicht van je product aangehouden. Het gaat dus om grammen op een kilo, niet om scheutjes.

Waar je binnen die range zit, hangt af van waarvoor je het toevoegt:

  • Om je oliën te beschermen tegen ranzig worden: 0,2 tot 0,5 procent. Dit is de meest voorkomende reden om vitamine E te gebruiken, en voor dat doel heb je niet veel nodig.
  • Als verzorgend ingrediënt voor de huid: 0,5 tot 1 procent. Wil je dat op je verpakking of in je webshop ook zo benoemen, dan moet je die claim kunnen onderbouwen. Dat zijn de Europese regels voor cosmeticaclaims, en die gelden voor iedereen.

Rekenvoorbeeld
Werk je met 1 kilo eindproduct, dan is 0,5 procent gelijk aan 5 gram vitamine E. Bij 100 gram eindproduct is dat 0,5 gram. Een precisieweegschaal die tot op 0,01 gram weegt is hier geen luxe maar gewoon handig: bij kleine batches praat je over tienden van grammen, en dat schat je niet.

Let wel hierop: een doseringsadvies hoort altijd bij één specifiek product. Niet elke vitamine E is even sterk.

Een voorbeeld. Je maakt een gezichtsolie met rosehipolie, en bij je recept hoort een bepaalde hoeveelheid zuivere tocoferol. Ons product bevat minimaal 70 procent tocoferol, dus daarvan heb je ongeveer anderhalf keer zo veel nodig als wanneer je met pure tocoferol zou rekenen. Kom je ergens een fles met 50 procent tegen, dan heb je daar twee keer zo veel van nodig voor dezelfde hoeveelheid werkzame stof. Dezelfde bescherming, een andere hoeveelheid uit de fles.

Meer is niet beter
Ruimer doseren levert je weinig extra op en kost wel geld. Er zijn ook aanwijzingen dat een antioxidant bij heel hoge concentraties juist het omgekeerde kan doen en de oxidatie versnelt. En praktisch: bij een bruinrode olie als deze kan een flinke dosering de kleur van je eindproduct veranderen, en dat zie je terug in de pot.

Kijk altijd op de documentatie van je eigen fles
Deze percentages zijn een vuistregel voor de branche, geen voorschrift voor één specifiek product. Het doseringsadvies op het specificatieblad dat bij jouw fles hoort gaat dus altijd voor op een getal van internet.

Welke oliën hebben vitamine E het hardst nodig?

Oliën met veel meervoudig onverzadigde vetzuren. Die reageren het snelst met zuurstof, dus daar merk je het verschil ook het snelst.

  • Rosehipseed olie, ook wel rozenbottelolie. Het bekendste voorbeeld in de branche. Zit heel hoog in onverzadigde vetzuren en is daarmee een van de gevoeligste draagoliën die er zijn.
  • Hennepzaad olie. Ook rijk aan meervoudig onverzadigde vetten, en dus snel gevoelig voor lucht.
  • Druivenpit olie. Licht, hoog in linolzuur en veel verwerkt in gezichtsproducten.

Aan de andere kant staat jojoba. Dat is eigenlijk geen olie maar een vloeibare was, en daardoor heel stabiel. Daar hoef je weinig aan toe te voegen. Voor flink verzadigde vetten zoals kokosolie geldt grotendeels hetzelfde: die blijven van zichzelf al lang goed.

Veelgestelde vragen

Wat betekenen alfa, beta, gamma en delta tocoferol?

Dat zijn de vier varianten waarin tocoferol in de natuur voorkomt. Er bestaan dus niet vier verschillende stoffen: het is één stof waarvan de natuur vier nauw verwante versies maakt, en in planten zitten ze meestal naast elkaar.

Welke variant de grootste is, hangt af van de plant waar de tocoferol uit komt. Bij ons is dat gamma, met 50 tot 70 procent, daarna delta met 10 tot 30 procent. Zo'n verdeling hoort bij tocoferol uit plantaardige bron, en daarom zie je op specificatiebladen vaak de term "natuurlijke gemengde tocoferolen" staan.

Alfa is de variant die je in de voedingswereld tegenkomt. Gaat een supplement of een voedingstabel over vitamine E, dan gaat het over alfa. Dat is een ander verhaal dan cosmetica, waar je de stof gebruikt om je oliën te beschermen en niet om iemand vitaminen te geven.

Voor je etiket maakt het verschil niets uit. Alle vier vallen onder dezelfde INCI-naam, Tocopherol. Je hoeft dus niet uit te splitsen welke varianten erin zitten.

Hoe bewaar je vitamine E zelf?

Koel, donker, droog en goed dicht. Dat geldt voor elke olie, maar hier telt het extra.

Vitamine E is een antioxidant, en dat betekent dat het graag reageert met zijn omgeving. Precies die eigenschap maakt het nuttig in je formule, en kwetsbaar in de kast. Bewaar je het verkeerd, dan is er al werking verdwenen voordat je het hebt kunnen gebruiken.

  • Houd het uit het licht. Licht breekt vitamine E af, dus bewaar het in een donkere kast, uit het zicht en niet op de werkbank of in de zon.
  • Doe de dop er meteen weer op. Zuurstof is hier het probleem. Hoe korter de fles openstaat, hoe beter.
  • Zet het koel weg, op een gelijkmatige temperatuur. Op het specificatieblad van je leverancier staat welke temperatuur wordt aangehouden. Hoe kouder je het bewaart, hoe stroperiger de olie wordt, dus afmeten vraagt dan wat meer geduld.
  • Houd water en condens erbuiten. Vocht in de fles doet de kwaliteit geen goed.

Is vitamine E een conserveermiddel?

Nee, en dat verschil is belangrijk. Een antioxidant beschermt de vetten in je formule tegen zuurstof. Een conserveermiddel beschermt je product tegen micro-organismen.

Vitamine E doet niets tegen bacteriën, gisten en schimmels. Zit er water in je product, dan heb je daarnaast een conserveermiddel nodig. Bestaat je product alleen uit oliën, boters en wassen, dan hoeft dat niet: zonder water hebben micro-organismen weinig te zoeken.

Verlengt vitamine E de houdbaarheid van mijn product?

Het kan de houdbaarheid verlengen. Hoeveel precies, dat hangt af van je recept, je verpakking en hoe je het bewaart.

Wil je een langere houdbaarheid op je etiket zetten, dan laat je daar een houdbaarheids- of stabiliteitstest voor doen op je eigen eindproduct. Vitamine E toevoegen is op zichzelf geen bewijs. Dat kost wat moeite, maar je krijgt er iets voor terug: met zo'n test weet je zeker hoelang je eindproduct mee kan.

Helpt vitamine E tegen een olie die al ranzig is?

Nee. Tocoferol werkt vooruit, niet achteruit.

Wat al geoxideerd is, draai je er niet mee terug, en de geur gaat er ook niet meer uit. Voeg het dus toe aan een verse partij. Twijfel je over een olie die al een tijd staat, verwerk hem dan liever niet. Je steekt er anders je tijd en je andere grondstoffen in, en zit uiteindelijk met een batch waar je niet blij mee bent.

Is natuurlijke vitamine E beter dan synthetische?

Voor de meeste makers zit het verschil in de herkomst, en in wat je daarover kunt vertellen aan je klanten.

Natuurlijke tocoferol wordt uit plantaardige oliën gewonnen, en bestaat daardoor uit een mengsel van de vier varianten. De synthetische variant wordt in een laboratorium gemaakt en bestaat uit één vorm, alfa. Aan de samenstelling op het specificatieblad zie je dus vaak al waar je mee te maken hebt.

Werk je met een natuurlijk of plantaardig merkverhaal, dan is de natuurlijke variant de logische keuze. Niet omdat de synthetische onveilig is, maar omdat je aan je klanten wilt kunnen vertellen waar je ingrediënten vandaan komen.

Kan ik vitamine E toevoegen aan een olie die ik net gekocht heb om hem langer goed te houden?

Dat raden we af, hoe verleidelijk het ook is. Je verandert er de samenstelling mee van een grondstof, terwijl het analysecertificaat en de productspecificatie die je van ons krijgt de olie beschrijven zoals wij hem geleverd hebben.

Houd je een productinformatiedossier bij, dan heb je zo een verschil te pakken dat je bij een controle moeilijk uitlegt. Voeg het liever toe in je eigen receptuur. Daar neem je het netjes mee in je ingrediëntenlijst en je papieren.

De documentatie krijg je er altijd bij

Bij onze vitamine E olie, en bij elke andere grondstof die je bij ons bestelt, krijg je per batch een analysecertificaat (COA), een veiligheidsinformatieblad (SDS) en een productspecificatie. Die vind je in je klantaccount.

Oxidatie, Tocoferol, Vitamine e